ISRIC, 1966

Rubriek: instituten
Door: Alfred Hartemink

Bij de eerste steenlegging in 1977. Het heien der palen in de zachte Rijnse klei. Opening in maart 1979 door dr. M. Batisse (1923-2004) van de UNESCO. ISRIC – World Soil Information is opgericht in 1966 met steun van de Internationale Bodemkundige Vereniging (ISSS) en de Organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie (UNESCO). Het aanvankelijk doel was het illustreren van de FAO-UNESCO Wereldbodemkaart door middel van monolieten (bodemprofielen) in het Wereldbodemmuseum. Het ISRIC heeft daartoe een verzameling opgebouwd van duizend monolieten, uit meer dan 100 landen. Door de jaren heen zijn de instituutsactiviteiten uitgebreid en behalve onderwijs en voorlichting over bodems van de gehele wereld, is er een onderzoeksafdeling die zich onder meer bezig houdt met inventarisatie en preventie van bodemdegradatie en het ontwikkelen en interpreteren van mondiale bodembestanden.

Het idee voor een Wereldbodemmuseum werd in 1952 door prof. dr. ir. F.A. van Baren bij de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO ) in Rome naar voren gebracht. In 1961 viel de beslissing om een Wereldbodemkaart te maken door de FAO en de UNESCO. Beide organisaties ondersteunden de ontwikkeling van een bodemmuseum. De Nederlandse overheid steunde dit project via het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Op 1 januari 1966 wordt het International Soil Museum (ISM) opgericht met prof. F.A. van Baren als directeur. Er wordt een internationaal adviesorgaan en een dagelijks bestuur gevormd. Het museum wordt gevestigd in Utrecht bij de vakgroep geologie, subfaculteit bodemkunde. Het hoofddoel van het ISM was de verzameling van profielen van de bodems van de wereld voor studie, vergelijking en evaluatie. Er werd ook een analytisch en micromorfologisch laboratorium opgezet. Prof. F.A. van Baren overlijdt in 1975.

In 1977 verhuist het ISM naar Wageningen in een nieuw gebouw naast de vakgroep regionale bodemkunde van de Landbouwhogeschool (nu: Wageningen Universiteit). Wanneer in 1978 dr. W. Sombroek directeur wordt, legt het ISRIC zich, naast het museum, ook toe op uitwisselingsprogramma’s voor bodemanalyse, bodemclassificatie en het tot stand brengen van nationale collecties en exposities van bodemprofielen. In 1984 wordt het ISM omgedoopt in ISRIC (International Soil Reference and Information Centre). In 1986 startte het Soil and Terrain digital databases (SOTER) project; een internationaal gedragen initiatief voor ontwikkeling van een globaal bodeminformatiesysteem met als doel vervanging van de FAO wereldbodemkaart. Het SOTER project helpt nationale bodemkundige diensten hun gegevens te digitaliseren en de bodeminformatie achter de kaarten beschikbaar te maken voor interpretatie. In 1989 wordt het ISRIC een mondiaal bodeminformatiecentrum (ICSU World Data Centre for Soils). In 1990 publiceert het ISRIC samen met FAO en UNEP de eerste wereldbodemdegradatiekaart (GLASOD). Deze kaart kreeg veel publiciteit en kent tot op heden veel gebruikers. Sindsdien heeft ISRIC projecten over de gehele wereld op het gebied van methodologieontwikkeling, samenstelling en interpretatie van bodembestanden, landdegradatie en rehabilitatie. Het instituut werkt vooral samen met partners in ontwikkelingslanden en heeft projectfinanciering van onder meer EU, FAO, UNEP, IFAD, DGIS, VROM, Gates Foundation en diverse andere donoren.

Het Wereldbodemmuseum krijgt zo’n duizend bezoekers per jaar, de meesten zijn studenten en komen uit Europa.

In 2002 sluit ISRIC een samenwerkingsovereenkomst met Wageningen Universiteit; een jaar later verandert de naam in: ISRIC – World Soil Information. Sinds 2006 coördineert ISRIC een aantal grote, lange termijn projecten, ondermeer op het gebied van ontwikkeling van mondiale bodembestanden (GlobalSoilMap.net), betaling voor waterbesparende maatregelen in regenafhankelijke landbouw (betaling voor milieudiensten) en een wereldomvattende inventarisatie van landdegradatie en duurzame landgebruikmethoden.