1:50.000 bodemkartering, 1964

Rubriek: onderzoek
Door: Johan Bouma en Folkert de Vries

Na de tweede wereldoorlog werd het in beleidskringen steeds duidelijker dat een gedetailleerde bodemkaart van nationaal belang was. In 1952 steunde de toenmalige minister van Landbouw, S. Mansholt, het initiatief voor een bodemkartering van het hele land op schaal 1:25.000. Spoedig bleek dat er onvoldoende mankracht beschikbaar was bij de toenmalige Stichting voor Bodemkartering om een dergelijk kartering uit te voeren, mede omdat in die tijd alle aandacht uitging naar de NEBO kartering van Nederland, schaal 1: 200.000. 
De NEBO kaart is in 1961 verschenen.

Daarna is er besloten om een nationale kartering op schaal 1:50.000 uit te voeren, die redelijkerwijs – zo dacht men – in twintig jaar zou kunnen worden voltooid. Een 1:25.000 kartering zou veel meer tijd kosten. Voor het maken van een landelijke bodemkaart is een eenduidige legenda nodig en daartoe werd in 1958 en 1959 oriënterend veldwerk verricht, waarna een legenda in 1960 werd vastgesteld. De formele opdracht voor deze kartering werd in 1962 door het Ministerie van Landbouw verstrekt. Het eerste kaartblad (43 West) werd op 25 mei 1964 aan minister president Biesheuvel overhandigd. Het laatste kaartblad (9 West, 14 Oost en 19 West) werd dertig jaar later voltooid in 1995. Voor geheel Nederland bestaat de serie uit 89 afzonderlijke kaartbladen, uitgegeven met 69 toelichtingen.

Een fragment van de bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 rond Gorssel.

In de jaren ’70 werd begonnen met het digitaliseren van de kaartbladen. In de loop van de jaren ’80 werden de de karteringsgegevens en de publicaties verder geautomatiseerd met daarbij een centrale rol voor het BIS (Bodemkundig Informatie Systeem). In BIS zijn de verschillende bodemkaarten en alle bijbehorende gegevens opgenomen. Met gebruikmaking van het BIS verscheen in 1985 een 1:250.000 bodemkaart. Inmiddels wordt op de nu gereproduceerde kaartbladen ook het relief van de ondergrond aangegeven (zie figuur op volgende pagina). Veel instanties in Nederland maken gebruik van het BIS en de 1:50.000 bodemkaart, onder meer: diverse overheden, onderzoeksinstellingen, natuurbeheerders, adviesbureaus en onderwijsinstellingen en bedrijven. Actualisering van het databestand is door gebrek aan fondsen de laatste jaren achtergebleven maar er is nu financiering voor de periode 2009-2015.

In de beginjaren werden de bodemkaarten door bodemkundigen geïnterpreteerd in termen van geschiktheid voor verschillende vormen van landgebruik. Het Werksysteem Informatie Bodemkaarten (WIB-C) is hiervan een voorbeeld. De laatste decennia verschuift gebruik en interpretatie van bodemkaarten: de gebruiker van nu interpreteert zelf de kaart, daarbij gebruik makend van de database van BIS en simulatiemodellen. De activiteiten van de afdeling Bodemgeografie verschuiven dan ook naar het geven van informatie over de kwaliteit van de gegevens, het produceren van nieuwe thematische kaarten en het actualiseren van de databestanden.