Stiboka, 1945

Rubriek: instituten
Door: Johan Bouma

De Stichting voor Bodemkartering (Stiboka) werd opgericht op 24 augustus 1945 in Den Haag en prof. Edelman werd de eerste directeur van dit in Bennekom gevestigde Instituut. Al in 1931 had dr. W.J.A. Oosting pogingen in het werk gesteld om een instantie op te richten die zich zou wijden aan de bodemkartering maar zijn betoog vond geen weerklank. Zelf was hij, als assistent van prof. J. van Baren, al in 1926 begonnen met een bodemkartering van het gebied rond Wageningen, schaal 1:25.000, die nog niet voltooid was bij zijn promotie in 1936. Op 15 Februari 1943 is een levensvatbare kiem gelegd voor wat later de Stiboka zou worden. Professor Edelman, vergezeld door zijn assistent Kees Hoeksema, vertrok die dag naar de Bommelerwaard en begon met de opname van bodemkundige gegevens in het veld. Ook andere karteringen werden gestart, bv. die in Didam door Pijls, van Diepen in Maaskant en G. de Bakker op Zuid-Beveland. Deze karteringen werden met succes gepresenteerd aan zowel landgebruikers als aan het beleid en dit droeg positief bij tot het besluit Stiboka op te richten. De eerste voorzitter van het bestuur was dr. A.W. van de Plassche, de directeur van de Directie Tuinbouw van het Ministerie van Landbouw, een groot pleitbezorger voor Stiboka.

Microscopische opname van een Podzol B-grond uit de STIBOKA-collectie.

Het aantal gebiedskarteringen werd gestaag uitgebreid en in de jaren ’50 verschenen verschillende gebiedskarteringen in het kader van promoties onder leiding van prof.Edelman. Naarmate er meer karteringen verschenen werd de behoefte groter naar een overzicht voor Nederland als geheel met een zoveel mogelijk gestandaardiseerde legenda. Begin jaren ’50 werd daarom begonnen met de zgn NEBO kartering voor heel Nederland, schaal 1:250.000, die verscheen in 1961. De combinatie van het hoogleraarschap aan de Landbouwuniversiteit en het directeurschap van Stiboka werd voor prof. Edelman, ook gezien zijn gezondheid, een te zware last en hij werd in 1955 als directeur opgevolgd door dr. Pijls. Inmiddels werd ook gewerkt aan een landdekkende kartering 1:50.000, die formeel in 1964 werd gestart (zie venster: 1:50.000 bodemkartering).

Was de NEBO kaart nog gebaseerd op bodemeenheden die sterk door landschappelijke kenmerken werden gedefinieerd, bij de 1:50.000 kartering deed ook een nieuw bodemclassificatiesysteem zijn intrede deels gebaseerd op morfologische profielkenmerken, zoals gepresenteerd in het ‘rode’ boekje van De Bakker en Schelling van 1966 dat geïnspireerd was door ontwikkelingen op het gebied van de bodemclassificatie in de Verenigde Staten. Het laatste kaartblad 1:50.000 werd gepubliceerd in 1995. Inmiddels had Stiboka zich verbreed qua activiteiten: er was een actieve commerciële afdeling Opdrachten en er was ook brede aandacht voor o.a. bodemchemie, geomorfologie, historische geografie, kartografie, micromorfologie, statistiek en, later in de jaren ’70, voor bodemfysica en geografische informatiesystemen. In 1974 werd Pijls opgevolgd door Van der Schans en van 1983-1988 nog door Zonneveld. In 1988 werd de Stiboka gefuseerd met het Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding (het ICW) tot het Staring Centrum. Op haar beurt werd dat Instituut in 1998 samen met het ecologische Instituut de Dorschkamp gefuseerd tot Alterra, nu DLO onderdeel van de Environmental Sciences Group van Wageningen UR.