Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek, 1928

Rubriek: instituten
Door: Harco Jellema

De wieg van het Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek (Blgg) stond in 1928 bij het Rijkslandbouwproefstation, het latere Instituut voor Bodemvruchtbaarheid, in Groningen. In de jaren ’20 ontwikkelde ir. J. Hudig, scheikundige en tevens directeur (1928-30) van de tweede afdeling van het Rijkslandbouwproefstation te Groningen, methoden om het producerend vermogen van de grond te onderzoeken en te verbeteren.

ir. J Hudig (l) ir. Dechering (r). Door spectaculaire onderzoeksresultaten klopten veel boeren bij het Proefstation aan om hun grond te laten onderzoeken. Door deze grote vraag kwam het fundamentele onderzoek in het gedrang. Zo ontstond de wens om een apart laboratorium op te zetten, waar op routinematige wijze voor boeren grondonderzoek zou worden verricht. De plannen vonden weerklank bij de overheid, de landbouworganisaties en de Nederlandse Heide Maatschappij. Voor alle partijen stond vast dat dit specifieke laboratoriumwerk geen taak was voor de overheid, maar een zaak van de boeren zelf. Op 27 februari 1928 vond de officiële opening plaats.

De eerste bepalingen die uitgevoerd waren: de pH, het kalkgehalte (Scheibler) en het % organische stof (gloeiverlies). Dit was speciaal gericht op de hakvruchten die toen heel veel in de regio rond Groningen geteeld werden. Korte tijd later werden daar aantoegevoegd: de textuuranalyse, P (Al), P (citroen), P (water) en K (HCl).

Het personeel van het eerste uur met ir. Hudig midden op de bank, 1928.

Door de routinematige aanpak kon het Blgg het praktijkonderzoek snel en goedkoop uitvoeren. Steeds meer boeren maakten daardoor gebruik van de diensten van het laboratorium (in 1938 70.000 monsters/jaar). Daarbij richt het laboratorium zich in eerste instantie op het verrichten van bodemanalyses, voor bouwland en grasland.

Opening op de stoep bij HLS Groningen, 27 februari 1928, met onder andere ir. Hudig (2e v.l) en Minister Kan (4e v.l).

Direct na de oorlog was men op zoek naar een nieuwe locatie, dicht bij Wageningen. In Oosterbeek stond het landhuis Mariëndaal vrijwel leeg en daar is men bij ingetrokken. Op 3 juni 1948, na een grondige verbouwing, vond de officiële opening plaats van het bedrijfslab in Oosterbeek.

Tevens werd een vestiging in Zeeland (n.a.v. de inundatie in de oorlog) geopend in Goes (1948 tot 1964). Daar werd de z.g. ‘C-prik’ methode ontwikkeld door ir. W.R. Domingo. Hierbij prikte men 2 elektroden in een monster om het elektrisch geleidingsvermogen te bepalen als maat voor de verzouting. Tijdens de oorlog (1942) werd in Geldrop ook een lab opgericht. Dit had als bijnaam in het dorp ’t zandfabriekje’ omdat daar alle zandfractie analyses werden uitgevoerd uit Brabant en Limburg. Deze vestiging sloot in 1963.

Het Bedrijfslaboratorium (l) naast het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid in Groningen, ca. 1945.

De monstername en de advisering werd vanaf 1952 verzorgd door voorlichters van de Rijkslandbouw- en tuinbouwvoorlichtingsdienst. Door de spectaculaire stijging van het aantal monsters kwamen de voorlichters in tijdnood. In het begin van de jaren ’50 werd daarom een eigen buitendienst opgezet die de monstername ging verzorgen. In 1960 werd tevens de advisering overgenomen. Vanaf dat moment was het gehele proces van monstername tot en met advisering bij het Blgg ondergebracht. Door ook de advisering te automatiseren, de eerste computers werden eind jaren ’50 aangeschaft, kon blijvend worden voldaan aan de eis om snel en een betrouwbaar product te leveren.

Geldrop (1942 - 1963) Goes (1948 - 1964) Hoofdkantoor van het Blgg ‘Mariëndaal’ te Oosterbeek, 2009.

In 1952 werd het gewasonderzoek overgenomen van het CILO in Wageningen en rond 1960 werd het nematodenonderzoek van enkele andere instanties (o.a. de Plantenziektekundige Dienst) overgenomen. In 1985 vond een fusie plaats met het routine lab van het Proefstation voor de Tuinbouw onder Glas in Naaldwijk. Hiermee was het Blgg in staat ook de glastuinders van diverse onderzoeken te voorzien.

Jaarlijks worden zo’n 500.000 monsters onderzocht bij het Blgg en, waar mogelijk en als de klant dat wenst, van een advies voorzien. In het najaar van 2009 is het tien miljoenste monster geanalyseerd (gerekend vanaf 1928).

Voor elke onderzoeksvraag kan de agrarische sector nu terecht bij het Blgg. Naast grond en gewasonderzoek, kan ook mestonderzoek, wateronderzoek, pesticidenresidu onderzoek, microbiologisch onderzoek en onderzoek naar mycotoxine plaats vinden. Naast dit uitgebreide assortiment breidt het Blgg zich ook uit over de grens. In Duitsland en Spanje heeft het Blgg inmiddels laboratoria en verder is het Blgg werkzaam op de Belgische en Deense markt.

www.blgg.nl