Over deze Canon

Door: Alfred Hartemink

Toekomstige generaties zullen zich afvragen waar het vandaan kwam: de maniakale belangstelling in Nederland om canons te produceren. Werd er soms een periode in de geschiedenis afgesloten, gingen we terug naar de kerkelijke wortels, besefte men opeens dat er zonder goede geschiedschrijving weinig greep op de toekomst was, of verlangde men terug naar het verleden omdat het heden moeilijk te duiden viel? Het zijn retorische en wellicht weinig doordachte vragen maar het afgelopen jaar konden we kennis nemen van: de Canon van het Nederlandse Landschap, de Canon van het Nederlandse Theater en Toneel, de Canon van de Nederlandse Letterkunde, de Canon van de Nederlandse Kindertelevisie, de Canon van de Nederlandse Klassieke Muziek, de Canon van de Nederlandse Tabakshistorie, de Canon van de Nederlandse Film, de Canon van de Nederlandse Geneeskunde, en nog een stuk of wat.

De bekendste is de Canon van de Nederlandse Geschiedenis die in 2006 is ontwikkeld. En met behoorlijk wat heisa; historici zijn het even snel met elkaar eens als drie bodemkundigen die een bodemprofiel classificeren. De Canon van de Nederlandse Geschiedenis is bedoeld voor alle geïnteresseerden in de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Een stichting stimuleert het gebruik van de canon in onderwijs en samenleving als verhaal van het land dat wij gezamenlijk bewonen. Ze doet dat onder meer via een prachtige website (http://entoen.nu), waar vijftig vensters in woord en beeld worden gepresenteerd. De canon is opgenomen in de kerndoelen van basisonderwijs en onderbouw voortgezet onderwijs.

Dit lazen we allemaal eind 2006 in de krant en langzamerhand ontstond het idee om een Canon van de Nederlandse Bodemkunde te maken. We waren niet de enigen en vernamen dat er een andere groep (Petra Bakker, Dorien Derks, Marco Vergeer) bezig was met het vaststellen van voornamelijk sanerings- en milieuhygiënische bodemmomenten. Ze maakten een mooie Bodemcanon, maar de 75 Jaar NBV Commissie achtte een bredere aanpak wenselijk. De commissie heeft zich lang en diep gebogen hoe een Canon van de Nederlandse Bodemkunde eruit moest zien. De definitie die gebruikt wordt in de Canon van de Nederlandse Geschiedenis is: ‘Het geheel van belangrijke personen, teksten, kunstwerken, voorwerpen, verschijnselen en processen die samen laten zien hoe Nederland zich ontwikkeld heeft tot het land waarin we nu leven.’ Voor de Canon van de Nederlandse Bodemkunde hebben we die aangepast, en een drietal rubrieken gekozen, als volgt:

Het geheel van personen, instituten, en wetenschappelijk onderzoek die samen laten zien hoe de Nederlandse bodemkunde zich ontwikkeld heeft.

Iedere rubriek heeft een aantal vensters die een blik gunnen op een aantal belangrijke en bepalende momenten in de Nederlandse bodemkunde. Allereerst hebben wij een lijst opgesteld van 50 mogelijke vensters en gezorgd dat er een goede verdeling was over de tijd en tussen de drie rubrieken (personen, instituten, onderzoeken). We stelden diverse criteria op maar samenvattend kwam het erop neer dat personen en instituten een grote invloed op de bodemkunde in Nederland moesten hebben gehad, en dat onderzoek nationaal en internationaal baanbrekend was. We besloten het zwaartepunt van de vensters voor 1990 te leggen. Vervolgens zochten we auteurs voor ieder venster, of we schreven ze zelf. Een venster heeft een paar honderd woorden, enige illustraties en indien nodig een paar literatuurverwijzingen (maar niet teveel, het mocht geen artikel worden). Alle vensters zijn straf geredigeerd en als gevolg daarvan zijn er een paar gesneuveld en ook hebben we voor sommige vensters geen geschikte auteurs kunnen vinden. Daarna hebben we alle geredigeerde vensters aan de NBV leden voorgelegd en commentaar en toevoegingen verwerkt. Er is geen enkel moment heisa geweest maar ongetwijfeld zijn er personen, instituten of onderzoekslijnen die in de Canon van de Nederlandse Bodemkunde hadden moeten worden opgenomen. Door nalatigheid en onkunde van de commissie (wie zal het zeggen), of in sommige gevallen het gebrek aan auteurs staan die vensters er niet in, maar daarover straks meer. Tot zover over de gevolgde procedure, nu het een en ander over de vensters zelf.

Hoewel deze bundel officieel de periode 1935-2010 beslaat (75 jaar NBV) zijn er tien vensters in de canon uit de negentiende eeuw. Het is niet eenvoudig aan te geven wanneer de bodemkunde als wetenschappelijke activiteit in Nederland begint. Dat probleem geldt grosso modo voor de gehele discipline maar in sommige landen was men ons voor, zoals Fallou en Senft in Duitsland, Boussingault in Frankrijk en natuurlijk Gilbert & Lawes in Engeland. Wij kozen, misschien wat voorspelbaar, om de Canon van de Nederlandse Bodemkunde te laten beginnen met een venster van W.C.H. Staring. Strikt gesproken was Staring geen bodemkundige en bestond de discipline amper in zijn tijd maar zijn invloed op de ontwikkeling van de bodemkunde in Nederland is groot.

Verder hebben we in de canon vensters opgenomen van J.M. van Bemmelen, D.J. Hissink, E.C.J. Mohr, W.A.J. Oosting, J.G. de Geus en F.A. van Baren. Deze bodemkundigen hebben ieder een grote bijdrage geleverd en er lopen lijnen van de meeste van hen naar huidige onderzoekers. Het zal niet te veel moeite kosten om hier op den duur een tiental Nederlandse bodemkundigen aan toe te voegen. Van een negental bodemkundige instituten hebben we het ontstaan, ontwikkeling en in sommige gevallen de opheffing beschreven. Die instituten hebben nationale faam en soms een grote internationale uitstraling en bekendheid. We hebben een beetje geworsteld met de onderzoeksvensters en in zekere zin raakt dat de kern van de problematiek rond de geschiedschrijving. Hoewel het levensverhaal van personen of instituten nog wel met een redelijk niveau van objectiviteit te vertellen is, blijkt dat bij de onderzoekvensters anders te liggen. Geen van de auteurs van de vensters is immers wetenschapshistoricus en de impact van bodemkundig onderzoek is slecht gedocumenteerd en moeilijk te meten. De dertien vensters laten niettemin een goed beeld zien van Nederlands bodemkundig onderzoek en hoe dat internationaal toonaangevend werd, zoals onderzoek aan bodemrijping of luchtfoto interpretatie.

Hoewel dit een summier overzicht is van enige belangrijke personen, instituten en onderzoekslijnen rijst er wel een soort beeld op uit de 31 vensters. Wat vooral opvalt, is dat de bodemkunde in Nederland altijd een sterk internationaal karakter heeft gehad. We zijn een klein land, spreken onze talen, trekken er graag op uit, en hebben soms aardige ideeën, niet alleen over hoe de wereld elkaar insteekt (de wetenschapper), maar ook hoe we de wereld kunnen veranderen (de dominee). Die combinatie kenmerkt wellicht de Nederlandse bodemkunde en komt naar voren in de tientallen bijdragen in Bodemkundigen verhalen verderop in dit jubileumboek.

De Canon van de Nederlandse Geschiedenis is opgenomen in de kerndoelen van voortgezet onderwijs. Hoewel wij niet direct verwachten dat de Canon van de Nederlandse Bodemkunde wordt opgenomen in hoge school en universiteitscurricula, hopen we dat de vensters voor veel studenten, bodemkundigen en geïnteresseerden het historisch besef over de Nederlandse Bodemkunde vergroot. En dat het natuurlijk enig plezier geeft om kennis te nemen van deze historische informatie. Maar we hopen ook dat deze eerste aanzet aanmoedigt om vensters toe te voegen. Die zullen niet verschijnen in dit boek, maar wel op de website van de Nederlandse Bodemkundige Vereniging.

Kunnen we uit deze canon iets leren over de toekomst? Dat is een lastige vraag die historici evenzo makkelijk vermijden. Zoals ik in de eerste paragraaf van deze inleiding aanhaalde, zijn er het afgelopen jaar behoorlijk wat canons verschenen en het houdt niet op. Het is niet ondenkbaar dat er ooit een Canon van de Nederlandse Canons verschijnt maar die tijd is nog niet aangebroken. Wij wensen dat de Canon van de Nederlandse Bodemkunde daar dan ook in opgenomen zal worden. De discipline verdient het.